Wanneer je SimFarm opstart, weet je al wat je de volgende acht uur gaat doen. Niet omdat het verslavend is, maar omdat geld tellen, velden tellen en vee tellen gewoon tijd kost. Maxis bracht deze landbouwsimulator in 1993 uit en behandelde boerderij met het serieus dat het verdient. Dit is geen romantische visie op het plattelandsleven — het is zaken, waar een slecht jaar je hele begroting volledig kan verknallen.

Je beheert je boerderij van a tot z. Je koopt zaden, beslist wat en waar je plant, let op het weer, huurt arbeiders in, fokst vee, verkoopt je gewassen. Het spel modelleert seizoensveranderingen en prijsfluctuaties in realtime — verkoop graan wanneer iedereen dat doet, en de prijs stort in. Wacht even, en deze stijgt. Deze keuzes dwingen je om op lange termijn te denken. SimFarm gaat niet om klikken; het gaat om wachten en berekening.
De mechanica is eenvoudig tot het punt van weedelijkheid. Je tekent velden op de kaart om te cultiveren, kiest een gewas, en het spel berekent automatisch opbrengsten en kosten. De graphics zijn adequaat — computers in de jaren negentig waren geen wonderen — en de besturing werkte intuïtief voor die tijd. Wat het verpest: verveling. Het spel heeft geen dramatisch verhaal, geen verhaal, geen verassingen. Als je geen kick krijgt van spreadsheets en langetermijnplanning, ben je na een half uur klaar.
SimFarm was baanbrekend — weinig mensen dachten eraan om een landbouwsimulator voor de gemiddelde speler te maken. Samen met SimCity cementeerde Maxis zijn reputatie als maker van spellen die geen mainstream entertainment zijn. Maar zonder weerstand tegen de speler, zonder dramatische spanning of op zijn minst willekeurige rampen, lost het spel geleidelijk op uit herhaling als water in lucht.
Je kunt het vandaag proberen. Het is een interessant inkijkje in hoe de jaren negentig zich boerderijbeheer voorstelden. Het spel is online beschikbaar, maar bedriug jezelf niet dat je het uren lang speelt. Het is meer als een experimentele ruimte in een digitaal museum — goed voor twintig minuten nieuwsgierigheid, daarna wil je iets met een echt verhaal.