Als je het vandaag uit een archief downloadt, verrast de titel je als eerste. Teenage Queen? Op een pc uit 1988? Het ziet er niet uit als een spel over een tiener, maar eerder als een onduidelijke vertaling of een oude werktitel die is blijven steken. Maar het is echt een logicapuzzel, bescheiden en straightforward, zonder enige vooraf geladen marketing.

Het is een combinatie van logische en strategische taken op een raster. De opdrachten zijn eenvoudig, het doel duidelijk — blokken verplaatsen, groepen oplossen, of een bepaald patroon bereiken. Het gaat je verstand niet blazen; het is meer als een wiskundeprobleem dat je stap voor stap oplost. De graphics zijn een leeg zwart-witcanvas met hier en daar wat kleurrijke elementen. Geluid? Eigenlijk niks, of gewoon het geruis van toetsaanslagen.
Je speelt het vanuit een reeks menu's, alles bestuurd via het toetsenbord. Navigatie is niet intuïtief; het duurt even voor je aan de besturingsstijl gewend bent. Maar eenmaal je de logica van individuele levels doorhebt, werken de mechanics. Het spel draait op orde en mist charisma, en vertrouwt in plaats daarvan op straightforward hardcore precisie. Er is geen sfeer, geen verhaal — alleen puzzels en wachten op het moment waarop je inziet wat de juiste oplossing is.
Vanuit het huidige perspectief is Teenage Queen een relikwie. Er zijn tientallen betere logicaspellen met meer poolse, betere UI en daadwerkelijke haak. Dit spel was waarschijnlijk obscuur in de jaren negentig, en terecht daaruit gebleven. Het is geen slecht spel, gewoon desolaat — een plaatje van wat gebeurt als je zonder nadenken boxart erop plakt en een puzzel programmeert die niemand daadwerkelijk wil spelen.
Je kunt het spelen voor de lol van archivalische archeologie, of als je wilt voelen hoe het was om in 1988 achter een computer te zitten — zeker geen Amiga — en jezelf bezig te houden zonder één truc. Iemand zal magie vinden in die ruwe era. Iedereen anders slaat het over na vijf minuten en gaat terug naar iets meer menselijks.