Ik herinner me dat ik op het werk van mijn vader voor een DOS-promptcomputer zat en dingen blindelings lanceerde. Apple Panic was een van die titels die je vijf minuten pakte en niet meer losliet voor een uur — of twee, afhankelijk van hoe veel je jezelf voorloog over "nog maar één ronde."

Apple Panic uit 1982 van Brøderbund Software is een eenvoudige platformer geïnspireerd op de arcadeclassicus Apace Panic — een spel waarin je jezelf verdedigt tegen monsters die over vloeren kruipen door gaten te graven. Geen verhaal, geen plotwisselingen. Je hebt vloeren, je hebt vijanden, en je hebt een schop. Het doel is simpel: graaf een gat, wacht tot de vijand erin valt, en maak hem af voordat hij eruit komt.
De mechanica zijn verrassend doordacht voor die tijd. Het volstaat niet om zomaar te graven — je moet op het juiste moment, op de juiste plek graven, en uitkijken want vijanden zijn sneller dan ze eruitzien. De moeilijkheidsgraad stijgt netjes en zonder medelijden. De bediening op pc was acceptabel, hoewel zonder gamepad destijds betekende dat dit soms betekende rauw geworden vingers op de cursortoetsen. De graphics zijn begrijpelijk voor het jaar — laten we zeggen dat we destijds goed konden invullen.

Wat Apple Panic zelfs vandaag de dag overend houdt, is die loop. Één run duurt een paar minuten, je verliest, en je weet meteen wat je fout deed. Dat is het verslavingsrecept dat in 1982 net zo goed werkte als nu. Het spel is visueel en sonisch niet elegant verouderd — dat zou een understatement zijn — maar als een zuivere mechanische puzzel onder tijdsdruk, behoudt het zijn charme. Het is leuk zonder de saus, wat paradoxaal genoeg tegenwoordig zeldzaam is.

Tegenwoordig valt Apple Panic goed in de smaak bij wie van retro-arcades in hun rauwste vorm houdt — geen tutorials, geen checkpoints, geen saves. Het in een browser via een emulator lanceren duurt een minuut en je eerste dood komt dertig seconden later. Dan begin je opnieuw. En dat is eigenlijk de hele recensie.